Niemand kan een Bull Terrier met zijn uniek, eivormig, hoofd voor iets anders aanzien. Of hij nu wit of gekleurd is, als hij voor je staat dient hij een toonbeeld van kracht te zijn, waarbij zijn bouw doet denken aan de bouw en macht van een stier, waaraan hij trouwens gedeeltelijk zijn naam ontleent.
Het is een van oorsprong Engels ras, gefokt uit kruisingen van de Bulldog, de niet meer bestaande Witte Engelse Terrier, de Dalmatische hond en waarschijnlijk een scheut Barzoi of Greyhound bloed.
Hoewel zijn achtergrond mogelijk anders doet vermoeden is de Bull Terrier beslist geen vechthond. Integendeel, de moderne Bull Terrier kan zich als elke andere hond gedragen.
De huidige Bull Terrier is omstreeks 1850 in Engeland ontstaan, maar is gedurende de afgelopen 150 jaar veel in uiterlijk veranderd. Hoewel het uiterlijk en ook het karakter veranderd zijn, de agressiedrempel verhoogd is, blijft een Bull Terrier een echte temperamentvolle terrier, dus: eigenwijs, niet erg gehoorzaam en een individualist, die vaak meent het beter te weten dan zijn baas.
Daarbij is de Bull Terrier zeer koppig en vasthoudend en geeft niet gauw op. Dit kan tot problemen leiden als hij niet consequent opgevoed wordt. Maar geen opvoeding met slaan en schoppen. Dit vergeet en vergeeft hij nooit. Hij zal onverwachts en op zijn tijd, de rekening presenteren.
Men moet tijdens de opvoeding van een Bull Terrier over veel geduld beschikken. Voor een beginner is de opvoeding van een Bull Terrier pup vooral het eerste jaar een hele klus. Een teef is iets makkelijker dan een reu, maar ook zij heeft haar streken.
Laat u nooit verleiden om twee pups tegelijk te kopen. De opvoeding wordt dan vrijwel onmogelijk en eindigt meestal met het wegdoen van een van de honden, zo niet erger. Wil men toch 2 Bull Terriers, wacht met de aanschaf van de tweede hond minstens een jaar.
Wat men nooit mag doen is een Bull Terrier reu kopen, als men al een andere reu, heeft, of dit nu een rashond of bastaard is. Vroeg of laat komt er een confrontatie. Het kan 6 weken, 6 maanden of 6 jaar duren, maar de confrontatie komt.
Heeft men geen geduld, eist men absolute onderworpenheid van zijn hond en kan men geen waardering hebben voor de karaktereigenschappen van een Bull Terrier, denk dan aan een ander ras. Een Bull Terrier is beslist niet voor iedereen geschikt.
Een van de beste eigenschappen van een goed opgevoede Bull Terrier is zijn grote liefde voor kinderen, waar hij zeer voorzichtig mee omgaat. Een Bull Terrier is in staat gedurende zijn gehele leven zijn baas te verbazen.
Hij is niet alleen een clown, maar kan zich ook op een verschrikkelijke manier aanstellen of uitsloven. Hij kan zijn eigenaar soms tot wanhoop brengen. De eigenaar leert dit vanzelf wel te accepteren.
Hij ligt bij voorkeur op de bank of in bed.
De Bull Terrier is een zeer krachtige, harde hond, maar gedraagt zich in huis vaak als als een schoothond en ligt bij voorkeur op de bank of in bed. Vergist u zich in dit opzicht niet!!!
Zoals elke rashond moet een Bull Terrier aan zijn rasstandaard voldoen, althans dit ideaalbeeld zo dicht mogelijk benaderen.
Er is in Nederland maar één rasvereniging, waar men alle benodigde inlichtingen en advies over dit specifieke ras kan krijgen en dat is
Herziene vertaling van de door de Engelse Kennel Club
in 1987 uitgegeven standaard van de Bull Terrier.
Krachtig gebouwd, gespierd, goed in balans en actief met een levendige, vastberaden en intelligente uitdrukking.
De Bull Terrier is de gladiator onder de hondenrassen, vol vuur en moedig. Een uniek kenmerk is het eivormig hoofd met downface. Onafhankelijk van de maat dienen reuen er mannelijk en teven er vrouwelijk uit te zien.
Met een evenwichtig temperament en in staat zich gedisciplineerd te gedragen; hoewel koppig, bijzonder goed in de omgang met mensen.
Het hoofd lang, krachtig en diep tot het einde van de voorsnuit, maar niet grof. Van voren gezien eivormig en geheel opgevuld, het oppervlak vrij van holtes en deuken. De bovenkant van de schedel nagenoeg vlak van oor tot oor. Het profiel buigt van de bovenkant van de schedel met een lichte boog naar de neus, die zwart dient te zijn en aan het einde naar beneden gebogen. De neusgaten goed ontwikkeld en de onderkaak diep en sterk.
De tanden gaaf, schoon, sterk, van goede afmeting, volkomen regelmatig met een volkomen, regelmatig en volledig schaargebit; d.w.z. de bovensnijtanden voor en dicht tegen de ondersnijtanden en recht in de kaak staand. De lippen glad en strak.
Klein, schuingeplaatst en driehoekig, diepliggend, zwart of zo donker bruin als mogelijk, zodat het bijna zwart lijkt en met een doordringende glinstering. De afstand van de neuspunt tot de ogen merkbaar groter dan de afstand van de ogen tot de bovenkant van de schedel. Blauwe of gedeeltelijk blauwe ogen ongewenst.
Klein, dun en dicht bij elkaar geplaatst. De hond dient in staat te zijn ze stevig rechtop te houden, waarbij ze recht naar boven dienen te wijzen.
Zeer gespierd, lang, gebogen, taps toelopend van de schouders naar het hoofd en vrij van keelhuid.
Schouders sterk en gespierd maar niet beladen. Schouderbladen breed, vlak en strak tegen de borstkas aanliggend, uitgesproken schuin geplaatst, bijna een rechte hoek vormend met het opperarmbeen. Recht aangesloten sterke ellebogen en rechtstaande middenvoeten. De voorbenen hebben de hoogste kwaliteit ronde botten. De hond dient er stevig op te staan en ze dienen volkomen evenwijdig aan elkaar te zijn. Bij volwassen honden dient de lengte van de voorbenen ongeveer gelijk te zijn aan de borstdiepte.
Lichaam met goede ronding en met duidelijk gewelfde ribben en grote diepte van de schoft tot de onderzijde van de borst, zodat de borst dichter bij de grond is dan de buik. Rug kort en sterk met een horizontale rugbelijning achter de schoft, die over de brede goed bespierde lendenen licht gewelfd is. De onderlijn van borst naar buik vormt een sierlijke opwaarts gebogen lijn. Van voren gezien een brede borst.
Van achteren gezien staan de achterbenen evenwijdig. Gespierde dijen en goed ontwikkelde tweede dijen (onderbeen). Kniegewricht goed gebogen en de hakken goed gehoekt met de middenvoet kort en sterk geknookt.
Rond en compact met goed gebogen tenen.
Kort, laag aangezet en horizontaal gedragen. Dik aan het begin, daarna in een fijne punt uitlopend.
In beweging blijk gevend krachtig gebouwd te zijn, de grond soepel te beslaan met vrije en gemakkelijke passen in een typisch montere houding. In draf bewegen de benen evenwijdig, zowel voor als achter, alleen bij hogere snelheden zich naar binnen richtend. De voorbenen grijpen goed uit en de achterbenen bewegen soepel vanuit de heup, buigen goed bij de knie en sprong met grote stuwkracht.
Kort, vlak aanliggend, gelijkmatig en voelt hard aan met een mooie glans. De huid dient de hond strak te omspannen. Een zachte wollige ondervacht kan in de winter aanwezig zijn.
Bij witten, een zuiver witte beharing. Pigmentvlekken in de huid en aftekeningen op het hoofd dienen niet te worden bestraft. Bij gekleurden, overheerst de kleur; bij gelijke kwaliteit heeft gestroomd de voorkeur. Zwartgestroomd, rood, reekleurig (fawn) en driekleur toegestaan. Ticks in witte beharing ongewenst. Blauw en leverkleur hoogst ongewenst.
Er is geen gewichts- en maatlimiet, maar de hond dient voor zijn maat de indruk te geven een maximum aan substantie te bezitten.
Iedere afwijking van voornoemde punten dient als een fout beschouwd te worden en de beoordeling dient in de juiste verhouding tot de ernst van de fout te geschieden.
Reuen dienen twee goed ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde, testikels te hebben.
Volgens het reglement van de Engelse Kennel Club betekent doofheid een diskwalificatie.