Rasstandaard

Herziene vertaling van de door de Engelse Kennel Club

in 1987 uitgegeven standaard van de Bull Terrier.

Algemene verschijning:
Krachtig gebouwd, gespierd, goed in balans en actief met een levendige, vastberaden en intelligente uitdrukking.

Kenmerken:
De Bull Terrier is de gladiator onder de hondenrassen, vol vuur en moedig. Een uniek kenmerk is het eivormig hoofd met downface. Onafhankelijk van de maat dienen reuen er mannelijk en teven er vrouwelijk uit te zien.

Temperament:
Met een evenwichtig temperament en in staat zich gedisciplineerd te gedragen; hoewel koppig, bijzonder goed in de omgang met mensen.

Hoofd en schedel:
Het hoofd lang, krachtig en diep tot het einde van de voorsnuit, maar niet grof. Van voren gezien eivormig en geheel opgevuld, het oppervlak vrij van holtes en deuken. De bovenkant van de schedel nagenoeg vlak van oor tot oor. Het profiel buigt van de bovenkant van de schedel met een lichte boog naar de neus, die zwart dient te zijn en aan het einde naar beneden gebogen. De neusgaten goed ontwikkeld en de onderkaak diep en sterk.

Mond – gebit:
De tanden gaaf, schoon, sterk, van goede afmeting, volkomen regelmatig met een volkomen, regelmatig en volledig schaargebit; d.w.z. de bovensnijtanden voor en dicht tegen de ondersnijtanden en recht in de kaak staand. De lippen glad en strak.

Ogen:
Klein, schuingeplaatst en driehoekig, diepliggend, zwart of zo donker bruin als mogelijk, zodat het bijna zwart lijkt en met een doordringende glinstering. De afstand van de neuspunt tot de ogen merkbaar groter dan de afstand van de ogen tot de bovenkant van de schedel. Blauwe of gedeeltelijk blauwe ogen ongewenst.

Oren:
Klein, dun en dicht bij elkaar geplaatst. De hond dient in staat te zijn ze stevig rechtop te houden, waarbij ze recht naar boven dienen te wijzen.

Hals:
Zeer gespierd, lang, gebogen, taps toelopend van de schouders naar het hoofd en vrij van keelhuid.

Voorhand:
Schouders sterk en gespierd maar niet beladen. Schouderbladen breed, vlak en strak tegen de borstkas aanliggend, uitgesproken schuin geplaatst, bijna een rechte hoek vormend met het opperarmbeen. Recht aangesloten sterke ellebogen en rechtstaande middenvoeten. De voorbenen hebben de hoogste kwaliteit ronde botten. De hond dient er stevig op te staan en ze dienen volkomen evenwijdig aan elkaar te zijn. Bij volwassen honden dient de lengte van de voorbenen ongeveer gelijk te zijn aan de borstdiepte.

Lichaam:
Lichaam met goede ronding en met duidelijk gewelfde ribben en grote diepte van de schoft tot de onderzijde van de borst, zodat de borst dichter bij de grond is dan de buik. Rug kort en sterk met een horizontale rugbelijning achter de schoft, die over de brede goed bespierde lendenen licht gewelfd is. De onderlijn van borst naar buik vormt een sierlijke opwaarts gebogen lijn. Van voren gezien een brede borst.

Achterhand:
Van achteren gezien staan de achterbenen evenwijdig. Gespierde dijen en goed ontwikkelde tweede dijen (onderbeen). Kniegewricht goed gebogen en de hakken goed gehoekt met de middenvoet kort en sterk geknookt.

Voeten:
Rond en compact met goed gebogen tenen.

Staart:
Kort, laag aangezet en horizontaal gedragen. Dik aan het begin, daarna in een fijne punt uitlopend.

Beweging/gangwerk:
In beweging blijk gevend krachtig gebouwd te zijn, de grond soepel te beslaan met vrije en gemakkelijke passen in een typisch montere houding. In draf bewegen de benen evenwijdig, zowel voor als achter, alleen bij hogere snelheden zich naar binnen richtend. De voorbenen grijpen goed uit en de achterbenen bewegen soepel vanuit de heup, buigen goed bij de knie en sprong met grote stuwkracht.

Beharing:
Kort, vlak aanliggend, gelijkmatig en voelt hard aan met een mooie glans. De huid dient de hond strak te omspannen. Een zachte wollige ondervacht kan in de winter aanwezig zijn.

Kleur:
Bij witten, een zuiver witte beharing. Pigmentvlekken in de huid en aftekeningen op het hoofd dienen niet te worden bestraft. Bij gekleurden, overheerst de kleur; bij gelijke kwaliteit heeft gestroomd de voorkeur. Zwartgestroomd, rood, reekleurig (fawn) en driekleur toegestaan. Ticks in witte beharing ongewenst. Blauw en leverkleur hoogst ongewenst.

Maat:
Er is geen gewichts- en maatlimiet, maar de hond dient voor zijn maat de indruk te geven een maximum aan substantie te bezitten.

Fouten:
Iedere afwijking van voornoemde punten dient als een fout beschouwd te worden en de beoordeling dient in de juiste verhouding tot de ernst van de fout te geschieden.

Opmerking:
Reuen dienen twee goed ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde, testikels te hebben.

Volgens het reglement van de Engelse Kennel Club betekent doofheid een diskwalificatie.

Share